{{ darkOn ? 'go bright' : 'go green' }}
PRAKTIJKVERHALEN

Hoe zou het er over een paar jaar uitzien? Over groene praktijkopdrachten die blij maken op het Goese Lyceum.

Imke van der Meer
Docent Groen
regio
trefwoorden
auteur
Imke van der Meer
Docent Groen
partners
Velt - Vereniging voor ecologisch leven, koken en tuinieren

Al meer dan 45 jaar promoot Velt in België en Nederland een duurzaam leven in huis, tuin en keuken.

website

Milieu Educatie Centrum De Bevelanden

Een kleine en slagvaardige stichting die mensen wil stimuleren bewuster met natuur en milieu om te gaan.

website

 

Imke van der Meer is docent Groen ‘breed’ zoals ze glimlachend zegt. Naast haar werk als vmbo-docent bij het Pontes College in Goes, runt ze samen met haar man een zorgboerderij in het Zeeuwse Sint-Kruis. Het liefst neemt ze haar leerlingen mee op stap, de praktijk in.

‘Wij bieden het groen profiel breed aan. Vaak is er een specialisatie maar bij ons krijgen ze alle vier profieldelen. Dus een jongen die akkerbouwer wil worden zal ook een deel bloemschikken moeten doen of dierverzorging.’

De moestuin: leerlingen van het vmbo helpen op de basisschool

‘Met de collega’s van Groen hebben we een cursus biologisch moestuinieren gedaan in een combinatie van praktijk en theorie. Bij één van de collega’s ontstond toen het idee om dit samen met een basisschool verder op te pakken.

Onze vmbo-leerlingen hebben het ontwerp gemaakt voor een moestuin op een basisschool. Ze hebben dit op die school gepresenteerd en ze hebben daar de moestuin ook aangelegd. Vervolgens zijn ze vanuit het vmbo-keuzevak Groene Zorg nog vaker naar de school toegegaan om samen met de basisschoolleerlingen in de moestuin te werken. Van deze praktijkopdracht komen ze altijd blij terug.’

‘Onze leerlingen maken groentesoep met basisschoolleerlingen. Van groenten uit de eigen schoolmoestuin natuurlijk. Zo ervaren de kinderen waar ons eten vandaan komt.’

Wilde bloemen proeven in het (on)kruidenveld

‘Met leerlingen uit het examenjaar hebben we ook op school een veld aangeplant. Zij hebben een paadje gestraat, fruitbomen geplant, een heg aangelegd en nog meer. Eén van hen zei: Hoe zou het er hier over een paar jaar uitzien? Daar kan ik dan echt blij van worden. Ik bedacht: eigenlijk zijn we best goed bezig, hij gaat er gewoon van uit dat dit er over een paar jaar nog staat.’

‘Dat een leerling zegt: “ik ben zo benieuwd hoe het er over een paar jaar uit ziet”, daar word ik blij van.’

‘We hadden ook paar kleine moestuinbakken met sla en radijsjes. Die ben ik met leerlingen gaan proeven. Ook zijn we door het (on)kruidenveld gaan lopen en hebben we wilde bloemen geproefd. Dat vonden ze echt heel leuk om te doen.

Dit zou ik dit ook wel met collega’s kunnen doen, want je kunt er gewoon een les mee geven. Nu heb ik aan hen erover verteld. Maar het zelf ervaren is toch anders. Je kunt leerlingen leren wat eetbare planten zijn die je zo langs de weg vindt. Je kunt de biodiversiteit laten zien, insecten die er in een ‘strak tuintje ‘niet zouden zitten. Toch wordt niet iedereen zo blij van ons (on)kruidenveldje, ook niet de omwonenden allemaal. Ze zijn strakke tuinen gewend.’

‘Nu is het grappige dat hier klaprozen en andere bloemen in stonden die in de ogen van veel mensen onkruid zijn. Daar hebben we het dan over.’

Op bezoek bij bedrijven in de buurt

‘We gaan regelmatig op pad met leerlingen. We bezoeken een paardenbedrijf waar de paarden in kuddes leven en vrij rond kunnen lopen. We gaan naar melkveehouders op een bedrijf dat ook aan educatie doet. Zij doen alles om zo circulair mogelijk te zijn. Ze produceren zelf het veevoer en hebben een volledig gesloten systeem om te voorkomen dat er ziektes van buiten komen. De mest van hun eigen koeien wordt gedroogd en dat wordt dan weer bodembedekking voor de ligbedden.

Bij een fruitteler in de buurt gaan we met de leerlingen praktisch aan de slag. We halen groenwier uit de kikkerpoel. We hangen insectenkastjes op voor sluipwespen die ingezet worden als plaagbestrijders. Deze fruitteler heeft ook een ‘tiny forest’ met verschillende soorten fruit. Telkens wegen ze af welke middelen ze wanneer inzetten om zo min mogelijk schade aan het fruit en de omgeving toe te brengen.

Voor de meeste leerlingen is dit normaal, ze zien het en ze nemen het op. Maar bij akkerbouwers is het idee van onkruid wegspuiten nog wel alom aanwezig. Met de leerlingen heb ik het dan wel over de bodem en de cirkel van het leven.’

‘Eén van onze leerlingen liep stage bij een boer die niet meer ploegde. Hij maakte de grond los en zaaide. Die was al van het gif spuiten af gestapt, dus het mooie is dat leerlingen daar ook zien dat het niet meer zo hoeft.’